Posts Tagged ‘natuur’

Veren

Veren

Vanmorgen stonden er veren op de auto-ruiten. Helaas kon de wagen niet vliegen en heb ik redelijk wat tijd verloren op de spekgladde wegen. Toch heb ik meer geluk gehad dan de eenzame fietser die ik tegen de vlakte heb zien gaan, de twee bussen die op elkaar gereden waren – waardoor ik trouwens een heel eind ben om moeten rijden – en de persoon in de kist in de lijkwagen, maar dat had niet echt veel met het weer van vandaag te maken.

Nieuwe Huisgenoten

Er ontbrak gezelligheid in ons huis. Op een paar orchideëen na – die trouwens hun bloemen aan het afgooien zijn – is er niks groen te bespeuren. En ook de muren zijn nog onaangeroerd. Daar hebben we verandering in gebracht. We hebben twee huisgenoten bij.

De ene is nogal prikkelbaar, waarschijnlijk omdat hij maar 1 arm heeft, en wanneer je nog maar denkt aan hem te bekijken, zet ‘ie zijn stekels al op. We laten hem dan ook wijselijk zoveel mogelijk met rust, wat niet gezegd kan worden van een enkele spin die het aandurft om een web te weven op het puntje van zijn kop.

De tweede heeft mogelijk last van hoogmoedigheid, sinds hij bovenop zijn podium naar ons neerkijkt terwijl hij statig en martelaarsgewijs de witte vlieg draagt.

We zullen van beiden niet veel last hebben. Ze staan er maar bij als een plant, stil en statig.

Ja, het fleurt toch wat op, dat extra groen in huis.
Nu de muren nog…

Hamilton Pool Reserve

 

Zoals gezegd, vanmorgen ben ik vroeg op moeten staan om vroeg bij Dell te kunnen zijn en zo nog genoeg tijd te hebben om alles af te werken voor iedereen naar de luchthaven zou stuiven. Toen ik daar aankwam, stond er een vreemde man raar te doen op de parking. En natuurlijk kwam die af wanneer ik daar mijn auto parkeerde. Hij zag er niet goed uit… Bedelaars zie je wel vaak hier op straat. En zeker in de buurt waar Dell gelegen is. Da’s naar het schijnt niet echt een goede buurt. Volgens de werknemers. Afin, ik ben dus vroeg aangekomen bij Dell, met een klein oponthoud, en heb al wat ik nog wilde doen ook kunnen afwerken. En toen zijn ze met mondjesmaat beginnen inpakken.

Deze middag hebben de mensen van Dell mij meegenomen naar The Cheesecake Factory. “En,” zeiden ze, “we gaan hier alles behalve kaastaart eten”. Gelukkig, dacht ik bij mezelf. Het eten was eigenlijk best lekker. Iets met gefrituurde kip denk ik, maar dan niet als “snack” maar echt als restaurant-gerecht. En rijst. Met het buitenkomen zijn we dan iets van een begrafenisondernemer tegen gekomen – de auto leek er wel op – maar volgens mij was het de ene of de andere grappenmaker. Gezien ze hier blijkbaar hun nummerplaten kunnen kiezen… de foto spreekt voor zich.

In de namiddag heb ik dan vroeger dan normaal afscheid genomen van iedereen – tenminste, zij die er nog waren – en ik mocht niet vertrekken zonder een American hug. Welja zeg. Ze zien me daar echt wel graag. Ze zeiden me zelfs dat ze uitkijken naar de dag dat ik terug ben. Iets zegt me dat ze best wel tevreden zijn…

Toen ik naar het hotel aan het rijden was, dacht ik aan die reproductie in mijn badkamer. En dacht ik aan hoe ik nog zo graag naar Hamilton Pool Reserve zou willen gaan. En hoe dat op mijn todo lijstje staat voor volgende keer. Als er al een volgende keer komt… En zo komt het dat ik een omweggetje heb gemaakt langs die pool. De mensen van Dell hadden me gewaarschuwd dat het wel eens kon zijn dat de pool niet open was wegens te hoge bacterie-concentraties. En inderdaad. Een paar mijl voor ik aan de pool kwam, stonden die waarschuwingsborden er al: “Swimming is prohibited due to high bacteria levels”. Maar gezien ik daar toch niet naar toe ga om te zwemmen, nam ik het risico en reed ik toch door. Het reserve zelf was gewoon open. Ik mocht alleen niet zwemmen (en geen huisdieren meenemen, geen stenen verzamelen, geen planten plukken, … maar zolang foto’s nemen niet verboden was, hoorde je mij niet klagen)

Het was de moeite. Ook heb ik de plek gevonden waar de schilder stond toen hij die afbeelding – van mijn badkamer, je weet wel – maakte. Alleen mocht ik daar jammer genoeg niet op, dus ik heb niet op exact dezelfde plaats een foto kunnen maken. Maar het komt wel in de buurt.

Zoek de 10 verschillen

Daar lang rondwandelen kon niet, gezien je daar ten laatste om 6u buiten moet zijn, dus ben ik er maar een uur geweest. Je kon ook naar de rivier wandelen, maar daar ben ik niet geraakt. Onderweg ben ik wel weer diertjes tegen gekomen. Onderandere eekhoorns – wat dacht je – hertjes, een paar vreemde insecten, ook nog beestjes die zich goed kunnen camoufleren en rode vogels die mij keihard aan het uitdagen waren, want elke keer dat ik dichterbij kwamen, vlogen ze weg en wanneer ik dan terug naar de auto ging, kwamen ze keidichtbij, tot ik mijn camera terug goed en wel genomen had, want dan waren ze weer weg. En dan ben ik naar het hotel gereden, heb ik de laatste keer hier gezwommen – het zwembad was al leeg om 7u, stel je voor zeg! Amerika lijkt in slaap gevallen te zijn om morgen uit te barsten – letterlijk dan. Gewassen, gegeten en ik ben nu aan het inpakken. Jawel, terwijl ik dit berichtje typ. Alleen, nu ga ik mij concentren op het inpakken. Gegroet allemaal en tot binnenkort. In Belgie.

Nieuwe foto’s staan in het online album.

Chipmunks Tale

 

Natuur heb je overal. Ook hier in Texas. Je kunt het groen rondom je heen zien. Er staan bomen. Er liggen stenen. Er leven dieren. Maar wanneer je nog eens kijkt, zie je iets heel vreemd. Je ziet heel andere bomen, je ziet heel andere stenen, je ziet heel andere dieren dan die je gewend bent. En de dieren in Mayfield Park lijken mensen redelijk goed te vertrouwen. De eekhoorns dan toch. Vogels hebben wat meer schrik. Spinnen niet, die heb ik dan ook van me af moeten gooien. Of pletten, want Amerikaanse spinnen vertrouw ik niet erg. En dan hoor je de donder in de verte en je herrinnert jezelf eraan dat je eigenlijk naar het vergezicht wilde gaan zien dat uitkijkt op de Colorado rivier, dus je zet het op een lopen, op weg naar de auto en de bestemming waarvoor je eigenlijk naar hier gekomen bent.

Vlakbij ligt Mount Bonnell, het hoogste punt van Austin. De buizerd die ze op de site hebben staan, heb ik er trouwens ook gezien, maar op dat moment begon het nogal heel erg te regenen, waardoor ik mijn camera in de gauwte heb moeten wegstoppen en die vogel dus niet heb kunnen fotograferen. En aangezien ik op het hoogste punt van Austin stond en de bliksem zowel voor als achter mij in begon te slagen, kon ik heel mooi en heel duidelijk de weerlichten zien. “Why can’t we stay on the mountain, daddy?” “- Because the lightning likes to hit a mountains top and that’s where we are right now”. Goed idee. Toch maar even vluchten.

Kletsnat maar verfrissend, die regen, en eenmaal bij de auto, stopte de regen ook: de fun was er blijkbaar af. Op een paar hardnekkige druppels na dan, die mij ambetant probeerden te maken, terwijl ik het eigenlijk helemaal niet zo erg vond. Lekker frisse regen. Niet koud. Fris. En gezien de donder toch bleef aanhouden, besloot ik maar eens wat winkels op te zoeken. Doel: The Arboretum. Net als The Domain een soort outdoor mall, openlucht winkelcentrum. Daar aangekomen en uitgestapt, bleek mijn witte t-shirt plots helemaal zo wit niet meer te zijn. Die regenaanval op de Mount Bonnell was blijkbaar niet zo zuiver, ofwel heeft het opspattende zand er iets mee te maken. Alleszinds, zo kan ik die winkels niet binnenstappen. Dan maar een beetje rondkijken, dacht ik zo. Morgen is er nog een dag. Toen het daar ook wat begon te regenen, besloot ik om maar terug te rijden naar het hotel. En toen viel mijn oog op het feit dat de tank van de auto bijna leeg was.

Wel ja, bijna, net geen vierde van de tank was nog gevuld. Goed genoeg om al eens te proberen te gaan tanken. Hier in Amerika is er enkel benzine. Hoewel, Diesel bestaat hier en daar ook, maar dat vind je even gemakkelijk terug in de tankstations als dat je bij ons LPG vindt. Bovendien kost Diesel nog veel meer dan benzine ook. Onderweg naar het hotel weet ik een Shell station staan, dus besluit ik daar maar naartoe te rijden, tot ik vlak bij The Arboretum een Exxon tankstation zie. Mij goed. Naft is naft, dus tank ik even goed daar. Dacht ik. Alles gebeurd hier met credit card. Wordt een leuke rekening wanneer ik terug thuis ben. De tank is dan ook voorzien om een credit card te lezen, Visa wordt aanvaard, dus ik zet me naast de pomp, draai de naftbak open, haal de kaart door de lezer en krijg vervolgens de optie “Debate” of “Credit”. Ehm. Credit dan maar? Volgende vraag is om de 5 karakters van mijn code in te geven. Euh. Die code telt bij mij maar 4 cijfers. Bon, annuleren die handel en opnieuw proberne, dit keer met Debate (of Debit, whatever). Aha, ik moet mijn 4-cijfer pincode ingeven. Klinkt al beter. Dus ik geef die in. “Please contact station responsible”… “Transaction cancelled”. Leuk. Alles inpakken dus en eens kijken wat die Shell doet. De Shell ligt vlakbij het hotel, dus da’s mooi meegenomen. Ik parkeer daar, zelfde systeem. Alleen, wanneer ik hier de kaart door de lezer haal, werkt het ding wel. Ik kan tanken. Zonder pincode – gevaarlijk dus. Ma goed. Mijn huurbeestje heeft geen dorst meer en hopelijk kan ik nu wat langer rondtoeren.

De weg naar het hotel wordt voortgezet, maar gezien het nog niet zo heel laat is en de zon er terug aan het doorkomen is, begon ik hoe langer hoe meer te denken om terug naar het park te rijden. En het vergezicht op de Bonnell. En net toen ik aan de straat van het hotel kwam, trapte ik het gaspedaal een beetje dieper in, liet het hotel achter me en reed dan toch maar terug naar het park en de berg. Ditmaal was de zon wel van de partij. En de regen niet. En dus heb ik wat mooie panorama’s kunnen trekken en wat meer de eekhoorn die op mij was blijven wachten.

Wel wel, ben je nog steeds aan het lezen? Ongelooflijk toch, dat je zo geinteresseerd bent in mij! Dat doet mij veel plezier! Blijf dan nog even. Het wordt nog leuk.

Zo rond 17u begon ik stilletjesaan wat honger te krijgen. Vandaag had ik nogal laat ontbeten en dat ontbijt lag trouwens nog wat op mijn maag (de doughnut was niet om te eten en de chokolade die erop lag was meer suiker dan wat anders). Dus had ik ‘s middags bijna niets gegeten. Ik ben deze morgen wel naar Randalls gegaan, ook vlakbij. Nog nooit ben ik zo blij geweest toen ik in een supermarkt kwam. Ze hebben hier ook gewoon eten! Gewone groenten, wortels, en min of meer normale broodjes – pistolets en siabata broodjes dan toch, gewoon brood kennen ze echt niet – gewoon beleg, normale beenhouwers, fruit! Geweldig. Toch ben ik enkel een paar siabata broodjes gaan halen en een beetje salami. Ik zal nog wel eens denken wat ik er nog allemaal vandaan ga halen. Maar gezien mijn zwaar ontbijt, heb ik slechts twee broodjes opgegeten, en dan nog wel eentje zo rond twee uur – omdat ik vond dat ik toch iets moest eten – en dan eentje zo rond 4 uur. Beiden in het park.

Maar goed. Rond 5u begon ik dus honger te krijgen en ben dan toch maar naar het hotel gereden, heb me gewassen, propere kleren aangedaan en dan opgezocht waar ik zou gaan eten. Of misschien zelf iets klaarmaken. Met die gedachte speelde ik de hele weg naar het hotel en toen ik uitstapte, had ik besloten om toch maar naar 1 van de restaurants van The Domain te rijden. En dat heb ik dan ook gedaan. Gastheer van deze avond: Jasper. Mijn oog was gevallen op de Texas Peach Barbecued Pork Tenderloin with Bourbon Creamed Corn and Scallion Twice-Baked Potato – zoveel als varkenshaasje met mais in roomsaus en aardappel in de schil met daar nog iets van puree boven. Jawel, je hebt het goed gelezen. AARDAPPEL. Geweldig toch. De serveur van dienst duwde mij ook de martini kaart in mijn handen. Zoiets heb ik al eerder gezien in die andere restaurants, maar ik heb daar nooit iets van durven nemen. Maar eigenlijk, om te vieren dat ik een gerecht met aardappel gevonden had, trakteerde ik mezelf toch maar op een martini – nadat ik de waiter naar de American alcohol policy heb gevraagd. Het was iets met appel, maar meer weet ik niet meer. Pretty strong maar heb het er toch maar op gewaagd. Hij kwam na het eten ook af met een dessertkaart. Ik dacht: “Hier ga ik niks van nemen, tenzij er iets met ijs opstaat”. En jawel, Seasonal Fruit Buckle with Vanilla Ice Cream is weldegelijk met ijs. En het was nog lekker ook. Na het eten ben ik nog even The Domain gaan verkennen. En weer ben ik bij de Apple Store terechtgekomen. Deze keer ben ik er ook binnen gestapt. En ik heb een hele tijd met een iPod nano in mijn handen gestaan. Geweldig ding. Scherp scherm. $150. Da’s €96. En bij ons is die gewoon €150. 55 euro goedkoper. Aargh, die verleiding! En dan hebben ze die nog in het rood ook. Ik heb altijd gezegd: de volgende iPod die ik koop, zal een rooie zijn: een deel van dat geld gaat naar een African Aids Fonds. En bij ons kun je die rooie enkel via het Internet bestellen. Hier ligt die gewoon in de winkel. Da’s wel de uitgave met meer schijfruimte. En een prijskaartje van $200. Een 130 euro dus.

Toch maar buiten gestapt op een min of meer vriendelijke “Can I help you sir?“. Hier laten ze je dus ook niet met rust. “No thanks, just looking around” en ik ben vertrokken. Zonder iPod.

Al bij al is mijn dag toch redelijk gevuld geraakt. Ik had beter nog wat over gelaten voor morgen…

Nieuwe foto’s toegevoegd aan het online fotoalbum.

Return top