Natuur heb je overal. Ook hier in Texas. Je kunt het groen rondom je heen zien. Er staan bomen. Er liggen stenen. Er leven dieren. Maar wanneer je nog eens kijkt, zie je iets heel vreemd. Je ziet heel andere bomen, je ziet heel andere stenen, je ziet heel andere dieren dan die je gewend bent. En de dieren in Mayfield Park lijken mensen redelijk goed te vertrouwen. De eekhoorns dan toch. Vogels hebben wat meer schrik. Spinnen niet, die heb ik dan ook van me af moeten gooien. Of pletten, want Amerikaanse spinnen vertrouw ik niet erg. En dan hoor je de donder in de verte en je herrinnert jezelf eraan dat je eigenlijk naar het vergezicht wilde gaan zien dat uitkijkt op de Colorado rivier, dus je zet het op een lopen, op weg naar de auto en de bestemming waarvoor je eigenlijk naar hier gekomen bent.

Vlakbij ligt Mount Bonnell, het hoogste punt van Austin. De buizerd die ze op de site hebben staan, heb ik er trouwens ook gezien, maar op dat moment begon het nogal heel erg te regenen, waardoor ik mijn camera in de gauwte heb moeten wegstoppen en die vogel dus niet heb kunnen fotograferen. En aangezien ik op het hoogste punt van Austin stond en de bliksem zowel voor als achter mij in begon te slagen, kon ik heel mooi en heel duidelijk de weerlichten zien. “Why can’t we stay on the mountain, daddy?” “- Because the lightning likes to hit a mountains top and that’s where we are right now”. Goed idee. Toch maar even vluchten.
Kletsnat maar verfrissend, die regen, en eenmaal bij de auto, stopte de regen ook: de fun was er blijkbaar af. Op een paar hardnekkige druppels na dan, die mij ambetant probeerden te maken, terwijl ik het eigenlijk helemaal niet zo erg vond. Lekker frisse regen. Niet koud. Fris. En gezien de donder toch bleef aanhouden, besloot ik maar eens wat winkels op te zoeken. Doel: The Arboretum. Net als The Domain een soort outdoor mall, openlucht winkelcentrum. Daar aangekomen en uitgestapt, bleek mijn witte t-shirt plots helemaal zo wit niet meer te zijn. Die regenaanval op de Mount Bonnell was blijkbaar niet zo zuiver, ofwel heeft het opspattende zand er iets mee te maken. Alleszinds, zo kan ik die winkels niet binnenstappen. Dan maar een beetje rondkijken, dacht ik zo. Morgen is er nog een dag. Toen het daar ook wat begon te regenen, besloot ik om maar terug te rijden naar het hotel. En toen viel mijn oog op het feit dat de tank van de auto bijna leeg was.
Wel ja, bijna, net geen vierde van de tank was nog gevuld. Goed genoeg om al eens te proberen te gaan tanken. Hier in Amerika is er enkel benzine. Hoewel, Diesel bestaat hier en daar ook, maar dat vind je even gemakkelijk terug in de tankstations als dat je bij ons LPG vindt. Bovendien kost Diesel nog veel meer dan benzine ook. Onderweg naar het hotel weet ik een Shell station staan, dus besluit ik daar maar naartoe te rijden, tot ik vlak bij The Arboretum een Exxon tankstation zie. Mij goed. Naft is naft, dus tank ik even goed daar. Dacht ik. Alles gebeurd hier met credit card. Wordt een leuke rekening wanneer ik terug thuis ben. De tank is dan ook voorzien om een credit card te lezen, Visa wordt aanvaard, dus ik zet me naast de pomp, draai de naftbak open, haal de kaart door de lezer en krijg vervolgens de optie “Debate” of “Credit”. Ehm. Credit dan maar? Volgende vraag is om de 5 karakters van mijn code in te geven. Euh. Die code telt bij mij maar 4 cijfers.
Bon, annuleren die handel en opnieuw proberne, dit keer met Debate (of Debit, whatever). Aha, ik moet mijn 4-cijfer pincode ingeven. Klinkt al beter. Dus ik geef die in. “Please contact station responsible”… “Transaction cancelled”. Leuk. Alles inpakken dus en eens kijken wat die Shell doet. De Shell ligt vlakbij het hotel, dus da’s mooi meegenomen. Ik parkeer daar, zelfde systeem. Alleen, wanneer ik hier de kaart door de lezer haal, werkt het ding wel. Ik kan tanken. Zonder pincode – gevaarlijk dus. Ma goed. Mijn huurbeestje heeft geen dorst meer en hopelijk kan ik nu wat langer rondtoeren.
De weg naar het hotel wordt voortgezet, maar gezien het nog niet zo heel laat is en de zon er terug aan het doorkomen is, begon ik hoe langer hoe meer te denken om terug naar het park te rijden. En het vergezicht op de Bonnell. En net toen ik aan de straat van het hotel kwam, trapte ik het gaspedaal een beetje dieper in, liet het hotel achter me en reed dan toch maar terug naar het park en de berg. Ditmaal was de zon wel van de partij. En de regen niet. En dus heb ik wat mooie panorama’s kunnen trekken en wat meer de eekhoorn die op mij was blijven wachten.
Wel wel, ben je nog steeds aan het lezen? Ongelooflijk toch, dat je zo geinteresseerd bent in mij! Dat doet mij veel plezier! Blijf dan nog even. Het wordt nog leuk.
Zo rond 17u begon ik stilletjesaan wat honger te krijgen. Vandaag had ik nogal laat ontbeten en dat ontbijt lag trouwens nog wat op mijn maag (de doughnut was niet om te eten en de chokolade die erop lag was meer suiker dan wat anders). Dus had ik ‘s middags bijna niets gegeten. Ik ben deze morgen wel naar Randalls gegaan, ook vlakbij. Nog nooit ben ik zo blij geweest toen ik in een supermarkt kwam. Ze hebben hier ook gewoon eten! Gewone groenten, wortels, en min of meer normale broodjes – pistolets en siabata broodjes dan toch, gewoon brood kennen ze echt niet – gewoon beleg, normale beenhouwers, fruit! Geweldig. Toch ben ik enkel een paar siabata broodjes gaan halen en een beetje salami. Ik zal nog wel eens denken wat ik er nog allemaal vandaan ga halen. Maar gezien mijn zwaar ontbijt, heb ik slechts twee broodjes opgegeten, en dan nog wel eentje zo rond twee uur – omdat ik vond dat ik toch iets moest eten – en dan eentje zo rond 4 uur. Beiden in het park.
Maar goed. Rond 5u begon ik dus honger te krijgen en ben dan toch maar naar het hotel gereden, heb me gewassen, propere kleren aangedaan en dan opgezocht waar ik zou gaan eten. Of misschien zelf iets klaarmaken. Met die gedachte speelde ik de hele weg naar het hotel en toen ik uitstapte, had ik besloten om toch maar naar 1 van de restaurants van The Domain te rijden. En dat heb ik dan ook gedaan. Gastheer van deze avond: Jasper. Mijn oog was gevallen op de Texas Peach Barbecued Pork Tenderloin with Bourbon Creamed Corn and Scallion Twice-Baked Potato – zoveel als varkenshaasje met mais in roomsaus en aardappel in de schil met daar nog iets van puree boven. Jawel, je hebt het goed gelezen. AARDAPPEL. Geweldig toch. De serveur van dienst duwde mij ook de martini kaart in mijn handen. Zoiets heb ik al eerder gezien in die andere restaurants, maar ik heb daar nooit iets van durven nemen. Maar eigenlijk, om te vieren dat ik een gerecht met aardappel gevonden had, trakteerde ik mezelf toch maar op een martini – nadat ik de waiter naar de American alcohol policy heb gevraagd. Het was iets met appel, maar meer weet ik niet meer. Pretty strong maar heb het er toch maar op gewaagd. Hij kwam na het eten ook af met een dessertkaart. Ik dacht: “Hier ga ik niks van nemen, tenzij er iets met ijs opstaat”. En jawel, Seasonal Fruit Buckle with Vanilla Ice Cream is weldegelijk met ijs. En het was nog lekker ook. Na het eten ben ik nog even The Domain gaan verkennen. En weer ben ik bij de Apple Store terechtgekomen. Deze keer ben ik er ook binnen gestapt. En ik heb een hele tijd met een iPod nano in mijn handen gestaan. Geweldig ding. Scherp scherm. $150. Da’s €96. En bij ons is die gewoon €150. 55 euro goedkoper. Aargh, die verleiding! En dan hebben ze die nog in het rood ook. Ik heb altijd gezegd: de volgende iPod die ik koop, zal een rooie zijn: een deel van dat geld gaat naar een African Aids Fonds. En bij ons kun je die rooie enkel via het Internet bestellen. Hier ligt die gewoon in de winkel. Da’s wel de uitgave met meer schijfruimte. En een prijskaartje van $200. Een 130 euro dus.
Toch maar buiten gestapt op een min of meer vriendelijke “Can I help you sir?“. Hier laten ze je dus ook niet met rust. “No thanks, just looking around” en ik ben vertrokken. Zonder iPod.
Al bij al is mijn dag toch redelijk gevuld geraakt. Ik had beter nog wat over gelaten voor morgen…
Nieuwe foto’s toegevoegd aan het online fotoalbum.
