Smogalarm

Ilyano tuurt wat wezenloos voor zich uit. Het is onwerkelijk, die jongen die anders de grootste mond heeft van de hele bus, nu zo stil en roerloos te zien staan. Wat verder, tussen de kinderen die al zijn uitgestapt, staan twee meisjes te snikken. Zij zaten aan de kant van de bus waar nu een vrouw naast haar auto staat. Ze schreeuwt het uit. Dat ze dit niet heeft gewild, dat ze zo’n spijt heeft…

Lotte was een opgewekte baby. 14 maanden oud maar nog steeds kon ze niet lopen. Lachen wel. En kusjes geven. Ze was altijd opgewekt en goedlachs. Eigenlijk huilde ze enkel wanneer ze grote honger had. Of een keelontsteking, dan ook. Maar voor de rest steeds tevreden. Haar mama Tess bracht haar ’s ochtends altijd naar de crèche. Wanneer ze Lotte in de autostoel zette, keek die steevast onmiddellijk naar de kant waar haar blauwe eendje altijd lag. Het lag er nog! En wanneer ze dat eendje dan in haar handjes geduwd kreeg, keek ze zo dankbaar terwijl ze breed glimlachte.

De hele weg naar de crèche speelde Lotte braaf achterin de rode C3. Ze stak de eend met haar twee handjes omhoog, dan weer omlaag, terwijl ze kraaide en babbelde en toch ook af en toe een geluidje maakte waar Tess met wat verbeelding “kwak kwak” uit kon opmaken. Het was mistig en op de radio kondigde men aan dat je wegens smogalarm op de autostrades niet hard mocht rijden. Geen nieuws voor Tess dus, zij nam altijd binnenwegen. Maar ook tussen de velden en in de dorpen waar ze kwam, zag je de vuile lucht oplichten door een opkomende zon. In de verte kon je zo een schoolbus zien staan. Waarschijnlijk net een kind opgehaald, want de richtingaanwijzer was aangestoken. Terwijl ze dichterbij kwam, zag Tess dat de bus werd voorbijgestoken door een hele stroom wagens. En hoewel de bus zich rustig weer in beweging zette, waren er toch nog steeds auto’s die haar voorbij reden. Allemaal mensen die hun voorligger nog gauw volgden. Go with the flow. Allemaal mensen die de bus wilden voor zijn, stel dat ze straks weer twee minuten moesten wachten tot een ander kind was opgestapt. Allemaal mensen die daar geen tijd voor hadden. Allemaal mensen die zich niet bedachten dat de tegenliggers tegen zeventig kilometer per uur naderden.

Een ogenblik verwachtte Tess dat de volgende wagen zou wachten aangezien de bus weer vertrokken was en zij kwam aangereden. En toen verscheen er een BMW van achter de bus die zich er nog snel voor wilde zetten. Een fractie van een seconde had Tess om aan haar rechterkant te zien dat ze door geparkeerde auto’s niet kon uitwijken en vervolgens uit alle macht te remmen terwijl ze de vrouw in de BMW strak in de ogen keek. Een beetje paniek kon je bespeuren, ja, toen wel. De klap slingerde haar auto tegen de bus en tientallen meters verder om dan al tollend tot stilstand te komen, geplet rond een boom.

Hoewel de buschauffeur en de begeleidster het zicht proberen te belemmeren, kunnen ze niet vermijden dat de kinderen een glimp opvangen van een BMW waarvan de hele voorkant in elkaar is gedrukt. De voorruit is gebarsten en een airbag puilt afgelaten door de zijruit. De vrouw staat er nog steeds naast te roepen. Dertig meter verder plaatst de politie schermen voor een boom waarrond wat rood staal geplooid is. Aan de banden zie je dat het ooit een auto is geweest. Op de straat ligt een afgerukte achterdeur en een linkerschoen. En nog wat verder een bebloede autostoel.

Ilyano strompelt met gebogen hoofd naar de andere bus die hem naar zijn school zal brengen. Zijn aandacht wordt naar de struiken op het voetpad getrokken. Stilzwijgend bukt hij zich en haalt een blauw eendje uit de lage stammen…

 

Er is een klein detail dat maakt dat dit verhaal niet zo is gelopen. Er stonden geen auto’s geparkeerd langs de kant van de weg. Tess kon dus net uitwijken en de vrouw in de BMW raasde gewoon voorbij.
Maar het had heel anders kunnen zijn.
Geef voorrang aan hoffelijkheid. Met een vleugje geduld.
Dankjewel.

Heengevlogen

 

Alsof ze zachtjes ingedommeld is, ligt ze rustig op de kille stenen voor het tuinhuis. Ze is heengevlogen. Ginds.

Ik weet niet waar vogeltjes naartoe vliegen wanneer ze sterven. Gewoonlijk kruipen ze stilletjes in een donker hoekje om daar hun oogjes voor de laatste keer te sluiten, ver weg van de drukte, van het zicht. Een beetje wezenloos sta ik te verzinnen wat ik met het kleine lichaampje moet doen. Ik heb haar zachtjes in een broodzak gelegd, met achtergebleven kruimeltjes rondom als een soort offer in haar laatste rustplaats op een bedje van versgemaaid gras.

Goedemorgen

Je wandelt de stilte in van de kamer waar het licht nog niet helemaal is kunnen binnendringen. Hier begint de dag en beetje later. Traag en ietwat ongecontroleerd wrijven kleine handjes door oogjes die nog half slaperig proberen open te gaan. In het zachte ochtendlicht knipperen ze aarzelend terwijl het hoofdje heen en weer beweegt op zoek naar de zalige roes waarin het de voorbije uren zo heerlijk heeft vertoefd.

Plots kijken de twee oogjes je klaar wakker en groot aan. Er verschijnt een glimlachje in de hoek van het mondje dat je op de meest eerlijke manier stilzwijgend een heerlijk gemeende goedemorgen wenst.

Zongeschijn

Gisteren wandelde ik zomaar naar buiten met mijn met piekernissen gevulde hoofd vol zelfverklaarde zorgen en een met brood geledigde brooddoos. De zon streelde warm mijn wang, heel even maar. Ik draaide me om, keek haar recht aan met mijn ogen gesloten en luisterde hoe mijn hoofd zachtjes leegsijpelde tot enkel de gedachte overbleef van waar maak ik me toch zorgen om. Met een niet te onderdrukken glimlach en een kinderlijk gelukzalig gevoel wandelde ik lichtjes verder in het warme geschijn van de zon waarmee het allemaal begon.

Troepjes

Troepjes

Trosjes trotse torentjes troepen samen onder het groene deken. Kleine kabouterkasteeltjes worden één voor één of allemaal tegelijk verzwolgen door het toerende mes van de grasmachine. Wanneer ze het gras niet komen afrijden, moeten ze hier ook niet massaal komen wonen, stelletje verwende graskabouters.

Back to Belgium

Back to Belgium

2010-05-19 14:16:52

De ochtend begon vroeg. Voor mij althans. Het was me gisteren plots opgevallen dat ik van heel de reis geen zonsopgang heb kunnen zien. Zonsondergang zou sowieso niet gaan, gezien wij aan de oostkant van Corfu zitten en omdat we ‘s avonds terug op het hotel moeten zijn voor het avondeten, kunnen we ‘s avonds ook moeilijk aan de westkant zijn om de zonsondergang te aanschouwen. Om half zes ben ik uit mijn bed gesprongen, heb me snel aangekleed en ben op het terras gaan staan. Zonder jas. Traag maar zeker kleurde de lucht rood en werd lichter. Alleen was er na een half uur in de kou staan nog steeds geen zon te bespeuren en de tijd begon een beetje te dringen en begon ik het behoorlijk koud te krijgen. Nog voor de eerste zonnestralen boven de bergen aan de horizon verschenen, ben ik terug naar de hotelkamer gegaan. Later bleek dat ik beter nog een vijftal minuutjes had gewacht, want kort nadien stond de zon hevig schijnend in de kamer.

Inpakken moest niet meer, dat hadden we gisteren al gedaan. Vroeg gaan eten moest wel om rustig en op tijd naar de vlieghaven te kunnen vertrekken. Om zeven uur en nog voor het restaurant open ging, stonden we voor de deuren. Rustig gegeten, binnen, met zicht op zee waarboven de zon alweer prachtig scheen. Na het eten zijn we op het terras gaan staan kijken naar de zee, naar de bergen. Hier stonden we negen dagen geleden ook. Dit is al die tijd ons uitzicht geweest. We hebben er een paar minuten gestaan terwijl de obers volop in de weer waren om de tafels op het terras te dekken. Het beloofde een prachtige dag te worden met veel zon en geen regen of wind. Zo hebben we in schoonheid afscheid genomen van dit uitzicht. We zijn gaan uitchecken, de wagen voor de laatste keer van de parking gaan halen, koffers ingeladen en voor de laatste keer de baan opgereden richting Kerkyra.

Onderweg stopten we nog even bij een Shell tankstation om de naftbak vol te laten gooien. Hetzelfde als een paar dagen tevoren. Hier kan ik wel met Maestro betalen, maar een pin-code om de kaart te gebruiken moet ik helemaal niet ingeven. Een handtekening is genoeg en dat had ik eigenlijk niet verwacht. Eenmaal volgetankt, reden we door naar Kerkyra Airport.

Er was geen wolkje aan de lucht toen we op de vlieghaven aankwamen. We hebben even moeten zoeken hoe we de parking konden oprijden. Dat moest blijkbaar tegen de richting in, waar een heel klein kastje met nummertoetsen staat. De code hadden we in het begin van ons verblijf meegekregen en werkte: de slagboom ging open en we hebben de auto geparkeerd op dezelfde plaats als waar we hem enkele dagen eerder hebben opgehaald.

Eenmaal de koffers uitgeladen waren en de auto nog eens gecheckt was op achtergelaten spullen, gingen we zoeken waar de incheckbalie is. Helemaal aan de andere kant van de luchthaven dan de "Arrivals" kant blijkbaar. De luchthaven is echter heel erg klein en we hebben dan ook niet lang moeten wandelen voor we aankwamen bij de "Departures". Ook vandaag vonden we een Jetair hostess die ons vertelde aan welke incheckbalie we moesten zijn. Binnen bleek dat eigenlijk niet nodig geweest te zijn. Er waren maar een handvol balies en slechts 1 waar iemand aanwezig was. En druk was het ook al niet, we konden onmiddellijk inchecken. De koffers moesten we wel opnieuw van de niet ingeschakelde weegschaal nemen en op de band gaan zetten naast de balies. Daar stondt de XRay machine inclusief controleurs, die na het scannen van onze koffers gebaarden dat alles in orde was.

Vanaf daar konden we rechtstreeks naar "Arrivals" wandelen waar het Sixt huurautobedrijf zat. Met pijn in het hart heb ik daar de sleutels afgegeven van de auto die ons negen dagen naar alle uithoeken van het eiland heeft gebracht. De mevrouw wilde nog even checken of de tank echt wel volgetankt was en ik ging mee checken of de mevrouw wel goed checkte. Alles was in orde, dus kreeg ik mijn visa-afschrift terug dat ik in het begin als borg heb moeten tekenen. En zo waren we klaar om te vertrekken. Twee uur voor onze vlucht. Dus restte ons niet veel meer dan in de cafetaria nog wat te gaan zitten kijken naar vertrekkende vliegtuigen. Twee om precies te zijn. En om even een attack te krijgen omdat ik zag dat onze vlucht om 10u zou vertrekken, beseffende dat het op dat ogenblik twee voor tien was en wij nog steeds niet door de controle waren gegaan. Gelukkig was het gewoon ik die naar het verkeerde scherm aan het kijken was en dus eigenlijk had gezien dat ons vliegtuig binnen twee minuten zou landen. We zijn dan toch al maar richting controle gegaan.

Deze keer heeft Tine niet gepiept in het metaaldetectieding. Onze handbaggage werd gescand, ook hier geen probleem uiteraard. Dan volgt pas de grenscontrole waar ze met de personen voor ons redelijk lang bezig zijn geweest: namen opschrijven, zoeken in de computer, achternaam weeral niet goed verstaan, proberen typen met de snelheid van de gemiddelde digidak-cursist, controleren, dubbelchecken. En toen mochten die mannen verder gaan en toen kwamen wij met onze electronische identiteitskaarten. En bij het zien ervan, gebaarde mijnheer de grenspolitie ons onmiddellijk om door te wandelen. Nog altijd ben ik aan het twijfelen of het kwam omdat we Belg – Europeaan – zijn en dus zo verder mochten, of omdat hij niet eens wilde beginnen uitzoeken hoe zo’n hoogtechnologische eID werkte. Alleszins, mooi op tijd kwamen we in de vertrekhal terecht, waar we ons iets later naar Gate 1 moesten begeven, de bus op moesten stappen om vervolgens twintig meter verder gevoerd te worden waar het vliegtuig inmiddels klaar stond. Een trap leidde ons in de buik van het toestel dat ons samen met een bussel knappe hosteskes weer naar België zou brengen. Deze keer zat het vliegtuig helemaal niet vol, wat ons de kans gaf om niet op onze gereserveerde plaats te gaan zitten, maar aan het raam. Tijdens het opstijgen konden we ongestoord nog een laatste blik werpen op het eiland waar we de voorbije anderhalve week op hebben vertoefd om vervolgens alleen nog zee en wolken te zien.

Een dikke twee uur later begon de landing naar Brussel door een dik wolkendek dat je het gevoel geeft alsof je met een gemiddelde Belgische bus op een gemiddelde Belgische weg aan het rijden bent. Turbulentie heet dat in een vliegtuig. En dat gevoel hadden we een hele landing lang, tot we vrij hard op Belgische bodem aankwamen waar tot onze grote vreugde de zon ook behoorlijk op aan het schijnen was. Dezelfde tocht door de vlieghaven als bij het begin van de reis hebben we ook deze keer moeten doen, in de andere richting dan, en het heeft ons zeker twintig minuten gekost om bij de aankomsthal te geraken. Daar kregen we heel snel onze koffers bijeen zodat we naar de parking konden wandelen waar de auto braaf op ons stond te wachten. Na een kort gevecht met de betaalautomaat en de diplomatieke beslissing om een andere automaat te gebruiken die wel wilde werken, reden we wat later de Brusselse ring op, recht de file in.

Heerlijk om weer thuis te zijn, toch?

Bekijk de foto’s van dag 9

Kerkyra: de achterbuurt

Kerkyra: de achterbuurt

2010-05-18 21:43:38

Ook vandaag startte de dag met heel veel zon. Gezien we het hele eiland ondertussen hebben gezien, moesten we nu iets anders verzinnen om te doen. Eigenlijk stond er nog één ding op de agenda: een wandeling door Kerkyra die je langs afgelegen straatjes en een lokale markt leidt en die je als toerist normaal niet te zien krijgt omdat ze buiten de winkelstraat liggen. Tine had deze wandeling gekregen via een collega, die trouwens heel goed beschreven is zodat we eigenlijk nooit verkeerd zijn gewandeld.

Toen we langs de lokale markt kwamen, zijn we er toch even binnengegaan. Vis, fruit, groenten, noten, … alles lag er tentoongesteld en ik vroeg me af hoe het Federaal Voedselagentschap hierop zou reageren. Maar van de appels die we er hebben gekocht, zijn we alleszins niet ziek geworden. Hoewel het weerbericht regen had voorspeld, hebben we van heel de dag nog geen enkele donkere wolken gezien. Integendeel: de zon begon zelfs te branden, waardoor ik besloot om mezelf even in te smeren. Vanaf toen is het weer beginnen verslechteren: het begon te waaien, te regenen en het werd barkoud.

Tegen de middag werd het al snel duidelijk dat de niet-toeristische straatjes verdacht veel souvenirwinkeltjes hadden. Toen we besloten om ergens iets te eten, werden we aangesproken door de uitbater in een beter Engels dan wat de gemiddelde Griek hier spreekt en terwijl hij zei dat zijn keuken typisch Grieks was en helemaal niet toeristisch, had hij wel een menukaart liggen die in vier talen was gedrukt. We zijn voor alle veiligheid dan toch maar in een meer touristisch gerichte taverne een snackje gaan eten. En’t was lekker.

De rest van de wandeling verliep inderdaad via kleine weggetjes en steegjes, tussen willekeurig geparkeerde auto’s en smalle baantjes tot een ijzige wind en veel regen ons verplichtte te gaan schuilen achter een huisje in een smal steegje, onder de wasdraad van iemand wiens wasgoed die avond zeker en vast niet droog ging zijn. Mogelijk hebben we in zijn voor- of achtertuin gestaan, maar het was dat of zowat van de trappen geblazen en nat worden. Wanneer de regen minderde, hebben we geprobeerd verder te wandelen, maar toen dat niet lukte omwille van een nieuwe stortbui en krachtig koud zeebriesje dat ons uit onze schoenen blies, beslisten we ons wat te gaan opwarmen met een lekker warme chokomelk en veel room in een cafeetje aan de zee waar we dus weer veel te veel hebben betaald. Maar deugd dat dat ons heeft gedaan! Trouwens, tegen dat onze warme choko op was, was het weer ook wat rustiger geworden, minder wind en daardoor iets warmer en hebben we de wandeling zonder veel regen kunnen afmaken. Meer zelfs, tegen het einde van de wandeling en het tijd was om weer naar het hotel te vertrekken, was de zon weer volop van de partij. Alsof ze ons wilde pesten.


Kaart groter weergeven of foto’s online bekijken

Achilleio: paleis van Sissi

Achilleio: paleis van Sissi

2010-05-17 20:32:17

De dag begon met mooi weer. We wilden vandaag de auto een keer laten staan en een wandeling maken vanaf het hotel naar Achilleio, het paleis dat voor Sissi werd gebouwd. Het zou een tocht van acht kilometer worden. Heen. Maar het was vooral die acht kilometer terug die ons heeft doen twijfelen en uiteindelijk doen beslissen om naar Benitses (Mpenitses) te rijden. Vanaf daar zou er te voet nog een tocht van 3,5km overblijven (enkel) en dat vonden we ook al de moeite. Het is namelijk een tocht die allesbehalve vlak verloopt.

Het begon al goed in Benitses zelf, waar de GPS de kluts volledig kwijt geraakte en ons gezond verstand ons uiteindelijk op de goede weg heeft gezet. Na een eind geklommen te hebben, zijn we weer aan zo’n nis gekomen die her en der in het landschap te zien is. Geen idee eigenlijk waar die voor dienen. We hebben er even halt gehouden en op het moment dat we de weg verder wilden volgen, viel mijn oog plots op een bordje "Water Springs", hetgeen mij wel aansprak. Zo zijn we van de baan geraakt en de bordjes beginnen volgen.

Na lang stijgen, kwamen we uiteindelijk uit op een kerkje en we begonnen door te hebben dat we nog een hele weg af te leggen hadden voor we bij de water springs zouden aankomen. Het gebrek aan weten waar we eigenlijk naartoe gingen en het feit dat de zon intussen plaats had geruimd voor waterdruppels, deed ons besluiten om de grote weg weer te gaan zoeken, tot het plots harder begon te regenen en we onder een dak op vier palen moesten gaan schuilen. We kregen gezelschap van een Engelse Griekse die met haar twee honden ook niet langer in de regen wilde wandelen. Terwijl twee vieze natte neuzen onze benen besnuffelden, spoorde de vrouw ons aan om de Water Springs tocht verder te zetten en naar de witte bol te klimmen die over het hele eiland te zien is en blijkbaar bedoeld is voor de vliegtuigen. Vandaaruit zou je een prachtig zicht hebben over het hele eiland. Het leek me wel iets, want die bol was ons de voorbije dagen al meerdere keren opgevallen, op verschillende plaatsen van het eiland, maar gezien het een klimtocht zou worden van 2u, het regende en wij er niet op voorzien waren, besloten we toch de weg verder te volgen richting paleis.

Onderweg moesten we nog een aantal keer gaan schuilen onder een koppel bomen aan de kant van de weg en tussen de buien door kwamen we langs een verlaten steengroeve. Eigenlijk gaf die dezelfde indruk als de rest van het eiland: in de jaren 50 is er iets gebeurd waardoor het leven is stilgevallen en alles werd achtergelaten. Die situatie kun je vandaag nog terugvinden: verroeste trucks langs de kant, verlaten en geplunderd met geopende deuren, overwoekerd door verschillende soorten on- en ander kruid, zijn stille getuigen van een ver verleden.

Uiteindelijk komen we aan in Gastouri waar het paleis gebouwd is. We besluiten eerst wat te gaan eten in iets dat op een lokale taverne lijkt, het had ook echte Grieken als klanten en ik zou het in België zo voorbij hebben gewandeld: Geen haar op mijn hoofd dat eraan zou denken om daar te gaan eten. Maar hier hadden we niet veel keuze: het was dat of niks en na zo’n tocht hadden we toch honger, dorst en hoogwater dus besloten we het er toch op te wagen. Ervaring leert dat de lokale tavernes/restaurants er niet uitzien, maar wel deftig eten serveren. Geen snacks deze keer, wel grilled chicken die blijkbaar voorafgegaan werd door geroosterd brood met olijfolie. De grilled chicken was €6,- maar daar kregen we een heel bord vol voor, met zo van die perfect klaargemaakte frietjes waar Belgen nog iets van kunnen leren. We hadden zelfs moeite om het allemaal op te krijgen.

Na het eten en na het bezoek aan iets dat een toilet moest voorstellen, gingen we naar het paleis. De inkom was 7 euro voor een volwassene, zonder de audio-guide die je voor 3 euro kon huren. Dit laatste hebben we niet gedaan, maar inkom hebben we deze keer wel betaald: we zijn niet voor niets heel die tocht naar hier komen wandelen! Het paleis zelf is best wel mooi, heeft een mooie tuin en een prachtig uitzicht. Maar dat is het. Eigenlijk valt het voor die prijs wel wat tegen, vooral omdat het publieke gedeelte heel erg beperkt is. Je kan bijvoorbeeld niet naar boven, blijkbaar zijn daar tegenwoordig private burelen gevestigd.

We waren al snel rond en na nog eens geschuild te hebben voor een volgende regenbui, zijn we de grote weg opnieuw beginnen volgen maar dan richting Benitses, waar de auto nog steeds stond te staan. Ondertussen was de zon beginnen schijnen en dat is ze de rest van de dag ook blijven doen.

In Benitses zelf hebben we onszelf nog een ijsje gegund. Speciale smaken, grote bollen, maar dat mocht ook wel voor €1,50- per bol… Om nog maar eens het verschil tussen zeer toeristisch gerichte winkeltjes op de hoofdstraat en de lokale winkels te ervaren. Maar het was wel lekker speciaal ijs: Black Forrest, Nuts and Berry, Creamy nogwat… en toch net geen gewone straciatella.

En zo komt het dat we vandaag heel erg vroeg terug op ons hotel zijn, maar dat betekent ook dat we ons goed vroeg hebben kunnen klaarmaken om vroeg te gaan eten. Een geluk. Stel dat we een uur later waren gekomen, dan hadden we in de rij moeten staan wachten om binnen te mogen: buiten was er door de wind niets gedekt, dus moest al het volk binnen een plaats krijgen, maar daar was het restaurant blijkbaar toch niet helemaal op voorzien…


Kaart groter weergeven of de foto’s online bekijken