Marbella Corfu

Marbella Corfu

Wanneer we voor het eerst aankwamen aan het hotel, nadat we een deel van Corfu hadden gezien dat half vervallen leek, werden we met verstomming geslagen. De indruk die je krijgt is in de verste verte niet te vergelijken met degene die je krijgt wanneer je naar de website gaat kijken. Het lijkt alsof je voor een Hilton hotel staat. Aan de receptie spreken ze goed Engels, al kan dat niet gezegd worden voor de rest van het personeel. Onze koffers worden wel mooi opgehaald en naar de kamer gebracht door een man die echt geen letter Engels spreekt. Communiceren gaat vooral via gebarentaal.

De kamer is netjes, verzorgd, schoon. En groot. Bij het binnengaan krijgen we echt het gevoel dat we het verkeerde hotel zijn binnengegaan. Het is pas na enkele dagen dat we wel een paar gebreken vinden in details, maar dat is echt muggenziften: geen vloeibare zeep in de daarvoor opgehangen drukpompen, plankenvloer die hier en daar wat los hangt, de badkamer die er oud uitziet en gebruiksschade vertoont. Maar zoals gezegd, het zijn details. Het is gewoon enorm goed, het personeel is supervriendelijk en het is overal even proper.

Het restaurant is goed, zoals al eerder aangehaald. Niks speciaal, dus fijnproevers zullen er zeker niet aan hun trekken komen, maar het is deftig, een vrij uitgebreid en verzorgd buffet met voldoende variatie, zowel ‘s morgens als ‘s avonds. De obers zijn vriendelijk al heb ik af en toe de indruk dat het een beetje gemaakt is. Wanneer je binnenkomt, word je aan een tafel gezet en komen ze vragen wat je wil drinken. Aan het restaurant ligt een terras met zicht op zee en waar je ook op kunt ontbijten of dineren, wanneer het weer dat toelaat.

Het hotel heeft meer weg van een klein recreatiedomein. Bij de zwembaden is een bar waar je ook kunt eten, het doet heel erg aan Centerparcs denken, er is een kledingboetiek en één waar je souvenirs en voeding kunt kopen. Maar alles is redelijk duur, eerlijk gezegd. Daar waar je in een lokale supermarkt water van 1,5 liter voor amper veertig cent kunt kopen, betaal je er hier een euro voor. Aan tafel ‘s avonds is dat zelfs twee en een halve euro voor slechts een liter. Maar dat gebeurt wel meer in hotels. De tuinen en zwembaden zijn heel goed verzorgd en elke dag ‘s morgens zie je tuinmannen druk in de weer.

Je kunt vanaf de zwembaden zo naar het strand wandelen en na een paar dagen vraag je je af waar de weg is die tussen het hotel en het strand ligt. Eigenlijk ga je er gewoon over. Er is een grasplein aangelegd met een boom in het midden en dat is eigenlijk de plaats waar de tunnel over de weg gaat. Vanaf dan ga je een trap naar beneden – langs de tunnel – om zo aan het aangelegde strand te komen. Op die manier merk je helemaal niets van de weg die onder je loopt. Het strand is aangelegd, dat wordt duidelijk wanneer het ‘s nachts wat heeft gewaaid en de volgende drie dagen er nog water in het zand blijft staan.

‘s Avonds is er animatie, maar daar kan ik niet veel over vertellen. Hoewel we het wel overwogen hebben, zijn we er niet één keer naar gaan kijken. We hebben elke avond wel muziek gehoord, maar dat kwam eerder van de bar die net onder onze kamer lag – een andere dan degene die aan het zwembad ligt. De ligging van het hotel is trouwens wel jammer: een zonsondergang kun je hier niet zien. Het hotel ligt aan de oostkant van Corfu, waardoor je wel een zonsopgang krijgt – wanneer je vroeg genoeg je bed uit geraakt toch – maar een ondergang is er tijdens de vakantie niet bij gezien je ‘s avonds op tijd moet zijn voor het avondeten. Tenzij je een keer het avondeten overslaat of wanneer je geen half of vol pension neemt. Dan kun je uiteraard aan de andere kant van het eiland eten terwijl de zon gaat slapen. Al raad ik dat niet meteen aan, gezien de weinige verlichting langs de baan en de kleine straatjes die je doormoet om terug aan het hotel te geraken.

Een prachtig hotel waar ik met veel plezier aan terugdenk. Geen enkel moment heb ik er spijt van gehad dat we hier onze vakantie hebben geboekt.


Kaart groter weergeven of foto’s online bekijken

Back to Belgium

Back to Belgium

2010-05-19 14:16:52

De ochtend begon vroeg. Voor mij althans. Het was me gisteren plots opgevallen dat ik van heel de reis geen zonsopgang heb kunnen zien. Zonsondergang zou sowieso niet gaan, gezien wij aan de oostkant van Corfu zitten en omdat we ‘s avonds terug op het hotel moeten zijn voor het avondeten, kunnen we ‘s avonds ook moeilijk aan de westkant zijn om de zonsondergang te aanschouwen. Om half zes ben ik uit mijn bed gesprongen, heb me snel aangekleed en ben op het terras gaan staan. Zonder jas. Traag maar zeker kleurde de lucht rood en werd lichter. Alleen was er na een half uur in de kou staan nog steeds geen zon te bespeuren en de tijd begon een beetje te dringen en begon ik het behoorlijk koud te krijgen. Nog voor de eerste zonnestralen boven de bergen aan de horizon verschenen, ben ik terug naar de hotelkamer gegaan. Later bleek dat ik beter nog een vijftal minuutjes had gewacht, want kort nadien stond de zon hevig schijnend in de kamer.

Inpakken moest niet meer, dat hadden we gisteren al gedaan. Vroeg gaan eten moest wel om rustig en op tijd naar de vlieghaven te kunnen vertrekken. Om zeven uur en nog voor het restaurant open ging, stonden we voor de deuren. Rustig gegeten, binnen, met zicht op zee waarboven de zon alweer prachtig scheen. Na het eten zijn we op het terras gaan staan kijken naar de zee, naar de bergen. Hier stonden we negen dagen geleden ook. Dit is al die tijd ons uitzicht geweest. We hebben er een paar minuten gestaan terwijl de obers volop in de weer waren om de tafels op het terras te dekken. Het beloofde een prachtige dag te worden met veel zon en geen regen of wind. Zo hebben we in schoonheid afscheid genomen van dit uitzicht. We zijn gaan uitchecken, de wagen voor de laatste keer van de parking gaan halen, koffers ingeladen en voor de laatste keer de baan opgereden richting Kerkyra.

Onderweg stopten we nog even bij een Shell tankstation om de naftbak vol te laten gooien. Hetzelfde als een paar dagen tevoren. Hier kan ik wel met Maestro betalen, maar een pin-code om de kaart te gebruiken moet ik helemaal niet ingeven. Een handtekening is genoeg en dat had ik eigenlijk niet verwacht. Eenmaal volgetankt, reden we door naar Kerkyra Airport.

Er was geen wolkje aan de lucht toen we op de vlieghaven aankwamen. We hebben even moeten zoeken hoe we de parking konden oprijden. Dat moest blijkbaar tegen de richting in, waar een heel klein kastje met nummertoetsen staat. De code hadden we in het begin van ons verblijf meegekregen en werkte: de slagboom ging open en we hebben de auto geparkeerd op dezelfde plaats als waar we hem enkele dagen eerder hebben opgehaald.

Eenmaal de koffers uitgeladen waren en de auto nog eens gecheckt was op achtergelaten spullen, gingen we zoeken waar de incheckbalie is. Helemaal aan de andere kant van de luchthaven dan de "Arrivals" kant blijkbaar. De luchthaven is echter heel erg klein en we hebben dan ook niet lang moeten wandelen voor we aankwamen bij de "Departures". Ook vandaag vonden we een Jetair hostess die ons vertelde aan welke incheckbalie we moesten zijn. Binnen bleek dat eigenlijk niet nodig geweest te zijn. Er waren maar een handvol balies en slechts 1 waar iemand aanwezig was. En druk was het ook al niet, we konden onmiddellijk inchecken. De koffers moesten we wel opnieuw van de niet ingeschakelde weegschaal nemen en op de band gaan zetten naast de balies. Daar stondt de XRay machine inclusief controleurs, die na het scannen van onze koffers gebaarden dat alles in orde was.

Vanaf daar konden we rechtstreeks naar "Arrivals" wandelen waar het Sixt huurautobedrijf zat. Met pijn in het hart heb ik daar de sleutels afgegeven van de auto die ons negen dagen naar alle uithoeken van het eiland heeft gebracht. De mevrouw wilde nog even checken of de tank echt wel volgetankt was en ik ging mee checken of de mevrouw wel goed checkte. Alles was in orde, dus kreeg ik mijn visa-afschrift terug dat ik in het begin als borg heb moeten tekenen. En zo waren we klaar om te vertrekken. Twee uur voor onze vlucht. Dus restte ons niet veel meer dan in de cafetaria nog wat te gaan zitten kijken naar vertrekkende vliegtuigen. Twee om precies te zijn. En om even een attack te krijgen omdat ik zag dat onze vlucht om 10u zou vertrekken, beseffende dat het op dat ogenblik twee voor tien was en wij nog steeds niet door de controle waren gegaan. Gelukkig was het gewoon ik die naar het verkeerde scherm aan het kijken was en dus eigenlijk had gezien dat ons vliegtuig binnen twee minuten zou landen. We zijn dan toch al maar richting controle gegaan.

Deze keer heeft Tine niet gepiept in het metaaldetectieding. Onze handbaggage werd gescand, ook hier geen probleem uiteraard. Dan volgt pas de grenscontrole waar ze met de personen voor ons redelijk lang bezig zijn geweest: namen opschrijven, zoeken in de computer, achternaam weeral niet goed verstaan, proberen typen met de snelheid van de gemiddelde digidak-cursist, controleren, dubbelchecken. En toen mochten die mannen verder gaan en toen kwamen wij met onze electronische identiteitskaarten. En bij het zien ervan, gebaarde mijnheer de grenspolitie ons onmiddellijk om door te wandelen. Nog altijd ben ik aan het twijfelen of het kwam omdat we Belg – Europeaan – zijn en dus zo verder mochten, of omdat hij niet eens wilde beginnen uitzoeken hoe zo’n hoogtechnologische eID werkte. Alleszins, mooi op tijd kwamen we in de vertrekhal terecht, waar we ons iets later naar Gate 1 moesten begeven, de bus op moesten stappen om vervolgens twintig meter verder gevoerd te worden waar het vliegtuig inmiddels klaar stond. Een trap leidde ons in de buik van het toestel dat ons samen met een bussel knappe hosteskes weer naar België zou brengen. Deze keer zat het vliegtuig helemaal niet vol, wat ons de kans gaf om niet op onze gereserveerde plaats te gaan zitten, maar aan het raam. Tijdens het opstijgen konden we ongestoord nog een laatste blik werpen op het eiland waar we de voorbije anderhalve week op hebben vertoefd om vervolgens alleen nog zee en wolken te zien.

Een dikke twee uur later begon de landing naar Brussel door een dik wolkendek dat je het gevoel geeft alsof je met een gemiddelde Belgische bus op een gemiddelde Belgische weg aan het rijden bent. Turbulentie heet dat in een vliegtuig. En dat gevoel hadden we een hele landing lang, tot we vrij hard op Belgische bodem aankwamen waar tot onze grote vreugde de zon ook behoorlijk op aan het schijnen was. Dezelfde tocht door de vlieghaven als bij het begin van de reis hebben we ook deze keer moeten doen, in de andere richting dan, en het heeft ons zeker twintig minuten gekost om bij de aankomsthal te geraken. Daar kregen we heel snel onze koffers bijeen zodat we naar de parking konden wandelen waar de auto braaf op ons stond te wachten. Na een kort gevecht met de betaalautomaat en de diplomatieke beslissing om een andere automaat te gebruiken die wel wilde werken, reden we wat later de Brusselse ring op, recht de file in.

Heerlijk om weer thuis te zijn, toch?

Bekijk de foto’s van dag 9

Kerkyra: de achterbuurt

Kerkyra: de achterbuurt

2010-05-18 21:43:38

Ook vandaag startte de dag met heel veel zon. Gezien we het hele eiland ondertussen hebben gezien, moesten we nu iets anders verzinnen om te doen. Eigenlijk stond er nog één ding op de agenda: een wandeling door Kerkyra die je langs afgelegen straatjes en een lokale markt leidt en die je als toerist normaal niet te zien krijgt omdat ze buiten de winkelstraat liggen. Tine had deze wandeling gekregen via een collega, die trouwens heel goed beschreven is zodat we eigenlijk nooit verkeerd zijn gewandeld.

Toen we langs de lokale markt kwamen, zijn we er toch even binnengegaan. Vis, fruit, groenten, noten, … alles lag er tentoongesteld en ik vroeg me af hoe het Federaal Voedselagentschap hierop zou reageren. Maar van de appels die we er hebben gekocht, zijn we alleszins niet ziek geworden. Hoewel het weerbericht regen had voorspeld, hebben we van heel de dag nog geen enkele donkere wolken gezien. Integendeel: de zon begon zelfs te branden, waardoor ik besloot om mezelf even in te smeren. Vanaf toen is het weer beginnen verslechteren: het begon te waaien, te regenen en het werd barkoud.

Tegen de middag werd het al snel duidelijk dat de niet-toeristische straatjes verdacht veel souvenirwinkeltjes hadden. Toen we besloten om ergens iets te eten, werden we aangesproken door de uitbater in een beter Engels dan wat de gemiddelde Griek hier spreekt en terwijl hij zei dat zijn keuken typisch Grieks was en helemaal niet toeristisch, had hij wel een menukaart liggen die in vier talen was gedrukt. We zijn voor alle veiligheid dan toch maar in een meer touristisch gerichte taverne een snackje gaan eten. En’t was lekker.

De rest van de wandeling verliep inderdaad via kleine weggetjes en steegjes, tussen willekeurig geparkeerde auto’s en smalle baantjes tot een ijzige wind en veel regen ons verplichtte te gaan schuilen achter een huisje in een smal steegje, onder de wasdraad van iemand wiens wasgoed die avond zeker en vast niet droog ging zijn. Mogelijk hebben we in zijn voor- of achtertuin gestaan, maar het was dat of zowat van de trappen geblazen en nat worden. Wanneer de regen minderde, hebben we geprobeerd verder te wandelen, maar toen dat niet lukte omwille van een nieuwe stortbui en krachtig koud zeebriesje dat ons uit onze schoenen blies, beslisten we ons wat te gaan opwarmen met een lekker warme chokomelk en veel room in een cafeetje aan de zee waar we dus weer veel te veel hebben betaald. Maar deugd dat dat ons heeft gedaan! Trouwens, tegen dat onze warme choko op was, was het weer ook wat rustiger geworden, minder wind en daardoor iets warmer en hebben we de wandeling zonder veel regen kunnen afmaken. Meer zelfs, tegen het einde van de wandeling en het tijd was om weer naar het hotel te vertrekken, was de zon weer volop van de partij. Alsof ze ons wilde pesten.


Kaart groter weergeven of foto’s online bekijken

Achilleio: paleis van Sissi

Achilleio: paleis van Sissi

2010-05-17 20:32:17

De dag begon met mooi weer. We wilden vandaag de auto een keer laten staan en een wandeling maken vanaf het hotel naar Achilleio, het paleis dat voor Sissi werd gebouwd. Het zou een tocht van acht kilometer worden. Heen. Maar het was vooral die acht kilometer terug die ons heeft doen twijfelen en uiteindelijk doen beslissen om naar Benitses (Mpenitses) te rijden. Vanaf daar zou er te voet nog een tocht van 3,5km overblijven (enkel) en dat vonden we ook al de moeite. Het is namelijk een tocht die allesbehalve vlak verloopt.

Het begon al goed in Benitses zelf, waar de GPS de kluts volledig kwijt geraakte en ons gezond verstand ons uiteindelijk op de goede weg heeft gezet. Na een eind geklommen te hebben, zijn we weer aan zo’n nis gekomen die her en der in het landschap te zien is. Geen idee eigenlijk waar die voor dienen. We hebben er even halt gehouden en op het moment dat we de weg verder wilden volgen, viel mijn oog plots op een bordje "Water Springs", hetgeen mij wel aansprak. Zo zijn we van de baan geraakt en de bordjes beginnen volgen.

Na lang stijgen, kwamen we uiteindelijk uit op een kerkje en we begonnen door te hebben dat we nog een hele weg af te leggen hadden voor we bij de water springs zouden aankomen. Het gebrek aan weten waar we eigenlijk naartoe gingen en het feit dat de zon intussen plaats had geruimd voor waterdruppels, deed ons besluiten om de grote weg weer te gaan zoeken, tot het plots harder begon te regenen en we onder een dak op vier palen moesten gaan schuilen. We kregen gezelschap van een Engelse Griekse die met haar twee honden ook niet langer in de regen wilde wandelen. Terwijl twee vieze natte neuzen onze benen besnuffelden, spoorde de vrouw ons aan om de Water Springs tocht verder te zetten en naar de witte bol te klimmen die over het hele eiland te zien is en blijkbaar bedoeld is voor de vliegtuigen. Vandaaruit zou je een prachtig zicht hebben over het hele eiland. Het leek me wel iets, want die bol was ons de voorbije dagen al meerdere keren opgevallen, op verschillende plaatsen van het eiland, maar gezien het een klimtocht zou worden van 2u, het regende en wij er niet op voorzien waren, besloten we toch de weg verder te volgen richting paleis.

Onderweg moesten we nog een aantal keer gaan schuilen onder een koppel bomen aan de kant van de weg en tussen de buien door kwamen we langs een verlaten steengroeve. Eigenlijk gaf die dezelfde indruk als de rest van het eiland: in de jaren 50 is er iets gebeurd waardoor het leven is stilgevallen en alles werd achtergelaten. Die situatie kun je vandaag nog terugvinden: verroeste trucks langs de kant, verlaten en geplunderd met geopende deuren, overwoekerd door verschillende soorten on- en ander kruid, zijn stille getuigen van een ver verleden.

Uiteindelijk komen we aan in Gastouri waar het paleis gebouwd is. We besluiten eerst wat te gaan eten in iets dat op een lokale taverne lijkt, het had ook echte Grieken als klanten en ik zou het in België zo voorbij hebben gewandeld: Geen haar op mijn hoofd dat eraan zou denken om daar te gaan eten. Maar hier hadden we niet veel keuze: het was dat of niks en na zo’n tocht hadden we toch honger, dorst en hoogwater dus besloten we het er toch op te wagen. Ervaring leert dat de lokale tavernes/restaurants er niet uitzien, maar wel deftig eten serveren. Geen snacks deze keer, wel grilled chicken die blijkbaar voorafgegaan werd door geroosterd brood met olijfolie. De grilled chicken was €6,- maar daar kregen we een heel bord vol voor, met zo van die perfect klaargemaakte frietjes waar Belgen nog iets van kunnen leren. We hadden zelfs moeite om het allemaal op te krijgen.

Na het eten en na het bezoek aan iets dat een toilet moest voorstellen, gingen we naar het paleis. De inkom was 7 euro voor een volwassene, zonder de audio-guide die je voor 3 euro kon huren. Dit laatste hebben we niet gedaan, maar inkom hebben we deze keer wel betaald: we zijn niet voor niets heel die tocht naar hier komen wandelen! Het paleis zelf is best wel mooi, heeft een mooie tuin en een prachtig uitzicht. Maar dat is het. Eigenlijk valt het voor die prijs wel wat tegen, vooral omdat het publieke gedeelte heel erg beperkt is. Je kan bijvoorbeeld niet naar boven, blijkbaar zijn daar tegenwoordig private burelen gevestigd.

We waren al snel rond en na nog eens geschuild te hebben voor een volgende regenbui, zijn we de grote weg opnieuw beginnen volgen maar dan richting Benitses, waar de auto nog steeds stond te staan. Ondertussen was de zon beginnen schijnen en dat is ze de rest van de dag ook blijven doen.

In Benitses zelf hebben we onszelf nog een ijsje gegund. Speciale smaken, grote bollen, maar dat mocht ook wel voor €1,50- per bol… Om nog maar eens het verschil tussen zeer toeristisch gerichte winkeltjes op de hoofdstraat en de lokale winkels te ervaren. Maar het was wel lekker speciaal ijs: Black Forrest, Nuts and Berry, Creamy nogwat… en toch net geen gewone straciatella.

En zo komt het dat we vandaag heel erg vroeg terug op ons hotel zijn, maar dat betekent ook dat we ons goed vroeg hebben kunnen klaarmaken om vroeg te gaan eten. Een geluk. Stel dat we een uur later waren gekomen, dan hadden we in de rij moeten staan wachten om binnen te mogen: buiten was er door de wind niets gedekt, dus moest al het volk binnen een plaats krijgen, maar daar was het restaurant blijkbaar toch niet helemaal op voorzien…


Kaart groter weergeven of de foto’s online bekijken

Lefkimi, Kavos en bruinen aan Lake Korission

Lefkimi, Kavos en bruinen aan Lake Korission

2010-05-16 16:59:46

Het noorden van Corfu hebben we ondertussen gezien, dus vandaag zijn we naar het zuiden getrokken. Lefkimi. Misschien ligt het aan het stadje, misschien ligt het aan het feit dat het zondag is, maar Lefkimi is zo goed als dood, op enkele kerkgangers en een mafkees in het wit na. We dachten dat hij ofwel aan het wachten was op z’n bruid, ofwel te laat was voor zijn bruiloft. Een half uur later hebben we hem alleszins enkele straten verder teruggevonden, nog steeds zonder bruid. We zijn even gewandeld naar iets dat op een strand leek, maar zelfs ik heb een trui aan moeten doen omwille van de harde, gure wind en behalve wat vuil, een verwilderd kerkje en verroeste bootjes is er niet veel te zien geweest. We zijn dan maar verder gereden naar Kavos.

Kavos is net als Lefkimi en de straten ernaartoe zo goed als dood. De wagen zet ik op z’n Corfu’s ergens gewoon aan de kant van de weg. Dit stadje is vooral populair bij Engelse toeristen had Tine gelezen en ik wil het best wel geloven. Je vindt er meer bars en clubs dan wat anders, er is geen letter Grieks te zien en bij de bars die al wel open waren, sprak men ons meteen aan in het Engels, vroegen hoe het was, waar we vandaan kwamen ("Oh, Belgium, it’s very cold there now, isn’t it") en prezen hun zaak aan ("Very nice place, very nice food, very clean")

Jammer genoeg voor hen hadden we nog geen honger en zijn we naar het strand getrokken. Tine had ergens gelezen dat hier mooie krijtrotsen waren, maar ooit moest het Internet ons toch eens in de steek laten. Dat moment was nu. Er was vooral heel veel vuilnis, vuile strandstoeltjes, veel roest, en in de verste verte geen krijtrotsen. Een steen, dat was zowat het interessantste dat we daar aan hebben getroffen. Heel gauw zijn we dus terug het stadje ingetrokken om toch maar iets te gaan eten in één van de very clean, nice fooded places en eerlijk gezegd, het was er echt wel clean en de food was inderdaad nice. Wel duur. En de dienster deed zeer erg haar best om zich te wikkelen in van die fake Brits-Amerikaanse vriendelijkheid met haar "Darling" en "oh nice". Het eten dat we bestelden was wonderbaarlijk genoeg nog net niet haar favorite. En de cola die we bestelden was deze keer geen soda – hetgeen je hier anders wel krijgt – maar echte Pepsi. In een bierglas van een halve liter dat je meteen aan Duitsland doet denken, maar dan wel met de opdruk "Heiniken".

Na het eten leek het stadje stilletjesaan te ontwaken, maar we hebben er niet op gewacht en zijn richting Lake Korission getrokken. Al heel gauw bleek dat dat meer veel te ver lag. Om het te zien, moesten we door een dichte begroeiing van lage planten die zo hard waren dat ze schuurden over onze benen. En daar hadden we nu per toeval net geen zin in. Het meer hebben we van afstand bewonderd en zijn dan een zandweggetje gevolgd dat uitkwam op het strand, waar zo’n sterke wind stond dat we vrij letterlijk gezandstraald werden. De blootstelling aan de harde zandkorrels tegen ons vlees hebben we niet al te lang uitgehouden en we zijn weer landinwaarts gaan wandelen om wat te schuilen achter een door wind- en zanderosie aangetaste rots. Daar zijn we een uur blijven plakken. En daar word je bruin van. Met een vleugje rood tochwel.

Nu zit ik aan het zwembad nog wat roder te worden en te genieten van een pot choko-likeurijs met twee lepeltjes (het andere is voor Tine). Veel meer dan dat zullen we vandaag niet meer doen, behalve misschien deze avond naar het door het hotel aangelegde strand. Inclusief zwembad-trapje dat ze in de zee hebben geplaatst, waardoor deze lijkt op een oneindig zwembad voor jou alleen…


Kaart groter weergeven of foto’s online bekijken

Kanoni

Kanoni

2010-05-15 21:43:16

Na Kerkyra zijn we doorgereden naar Kanoni. Twee redenen. Ten eerste kun je daar vliegtuigen spotten en daarmee bedoel ik dat je ze bijna kunt aanraken. Op een paar (honderd?) meter afstand ligt de landingsbaan. Her en der hadden we gehoord dat er een terras met zicht op de landingsbaan was en waarschijnlijk is dat ooit ook waar geweest, maar nu waren ze daar zwaar aan het verbouwen waardoor we wel op het terras konden, maar geen terrasje konden doen. En vliegtuigen hebben we ook weer niet vlakbij zien landen, omdat de wind verkeerd stond en ze dus helemaal aan de andere kant van de landingsbaan neerkwamen om vervolgens vlak bij ons te komen draaien. Maar ondertussen waren ze wel al geland. En het opstijgen hebben we ook al niet kunnen aanschouwen omdat de toestellen de nare gewoonte hadden om op te stijgen op het moment dat wij iets gingen drinken of in een souvenirwinkeltje (jawel) zaten. We hebben er dan ook niet meer verder op gewacht en zijn naar het kloostertje daar beneden gewandeld.

De buitenkant ziet er wel schattig uit, zo’n kloostertje op een klein plekje eiland, verbonden met het grote eiland door een brug, maar binnenin was er niks te zien, behalve een mooi uitzicht op zee en een souvenirwinkeltje. We waren ook hier weer snel buiten en zijn nog wat op de rotsen achter het gebouw gaan zitten, met zicht op zee. We kregen gezelschap van de lokale hond die de drukte binnen van de dikke toeristen duidelijk beu was en dus maar bij ons kwam liggen. We hebben het beestje rustig laten liggen en naar de andere brug gewandeld. Die maakt verbinding tussen hier en een stad ver buiten Kerkyra. Vanaf die brug had je een goed zicht op het stuk landingsbaan dat volledig in zee ligt en daar kon je de vliegtuigen dan ook op een haar na aanraken: ze leken hun bocht te nemen tussen de auto’s en andere mensen.

Toen we van Kanoni terug naar Kerkyra reden om zo terug te keren naar het hotel, hielden we nog even halt bij Mon Repos. Dit is de plaats waar Sissi bij haar eerste bezoek aan Corfu verbleef. Inkom zou €4,- zijn, maar gezien er behalve een spelende tv geen teken van leven was, zijn we het park gewoon binnengewandeld. Afin, park. Het had meer weg van een bos. Het gebouw zelf lijkt een museum te zijn, maar we zijn er niet naar binnen geweest. We zijn erlangs gelopen en de weg terug naar beneden genomen. De indruk die we toen kregen, wel, denk aan "Jurassic Park: the lost world" en je hebt een goed idee: het bewijs van ooit bestane beschaving wordt geleverd door een verlaten cafetaria, een gebouw met kapotte luifels en een sfeer alsof er elk moment een T-rex om de hoek kan komen gewandeld. We waren dus heel erg blij dat we niets hebben betaald voor dit verwaarloosde stuk erfgoed en vonden het meteen heel jammer dat ze er niet meer werk in hebben gestoken: het domein heeft echt wel potentieel…


Kaart groter weergeven of de foto’s online bekijken

Kerkyra

Kerkyra

2010-05-15 14:33:38

Regen. Veel en hard. Daarmee zullen we het vandaag precies moeten doen. Al bij het opstaan was het grijs en aan het regenen. Een bergwandeling ofzo zit er niet in, dus beslissen we om naar Kerkyra, "Corfu Stad" te rijden, daar kunnen we tenminste schuilen. Ook in de hoofdstad merken we hardhandig dat de regel "Volg de grote wegen en de pijlen" van toepassing is. Volg je de GPS, dan kom je terecht in zo’n smalle straatjes dat je de spiegels moet inklappen om erdoor te geraken. De stad bestaat uit een grote weg waarop veel winkels, eet- en drinkgelegenheden, … liggen, verlaat je de grote baan, dan kom je terecht in een sloppenwijk. En de GPS naar een "Open Parkeergelegenheid" sturen, is ook geen succes omdat je dan terecht komt op een kruispunt waar iedereen z’n auto zomaar ergens neerzet.

Met veel geluk zijn we terug op de grote weg beland, die gevolgd en zo een eind uit de stad gereden, waar we een grote parking van de winkel Fantastic – iets met babykleding – tegenkwamen en onze auto daarop hebben gezet. Nu ja, zo fantastisch was dat ook weer niet. Ook hier parkeren ze de auto’s dubbel en dus hoop ik dat we straks gewoon zullen kunnen wegrijden. Ondertussen is de zon hard beginnen schijnen, waardoor het weer best warm begint te worden. Perfecte timing, toch? We moeten nu namelijk minstens een kwartier wandelen, dus dat is altijd prettiger zonder regen.

Maar helaas, we zijn amper een paar honderd meter verder of het begint weer te regenen – te gieten. We komen dan net aan een tankstation, een ideale schuilplaats. We zijn trouwens niet de enigen. Twee Griekse oude mannen doen net hetzelfde. Gezien zij dezelfde taal spreken, beginnen ze vrijwel meteen een gesprek waar ik uiteraard totaal niks van begrijp en me dus ook wijselijk afzijdig hou.

Na een aantal minuten mindert de regen en zetten we onze weg verder naar één van de twee forten in Kerkyra. Onderweg wandelen we door de winkelstraat en het valt me op dat voor de Grieken "Blond en bruine ogen" het schoonheidsideaal is, doordat Julia Roberts plots helbruine ogen en stralend blond haar heeft. Iets klopt er niet en het schreeuwt meteen "Photoshop!", al blijkt dat die afbeelding niet enkel in Griekenland wordt gebruikt. Blijkbaar heb ik het dus mis, maar ik vind het toch niet natuurlijk overkomen.

Voor het fort ligt de esplanade, een zeer groot plein, al is "zeer groot" in Corfu-terminologie en dus vrij relatief. Er is wel een grote parking tegen €1,- per uur en even vind ik het jammer dat we niet tot hier zijn gereden. Dat is tot ik heb gezien hoe ze hun auto’s daarop parkeren, vanaf dan ben ik heel blij dat we toch buiten de stad zijn gaan staan. We worden welkom geheten door een duif met rood-bruine ogen en ik moet spontaan aan Julia Roberts denken: zelfs de duiven…

Gezien de stoepen en het plein duidelijk niet gemaakt zijn om op geregend te worden, wandelen we voorzichtig om niet uit te schuiven verder naar het fort. Onze twijfel of we daar binnen zouden gaan, wordt weggenomen door een fikse regenbui, waardoor we snel inkom betalen en onder de eerste gewelven gaan schuilen. Gezien we daar toch maar staan te staan en de regen niet wil ophouden, gaan we het Byzantijns museum binnen waar je kapotte vloermosaïeken van eendjes enzo kunt bekijken, maar echt veel is er niet te zien in die kleine ruimte. Voor de rest is het kasteel best wel groot met een mooi uitzicht en een kerk in een oud-Griekse tempel die waarschijnlijk daardoor van de ondergang is gered. Verder zijn we wat gaan uitwaaien op een enorm binnenplein dat ze ook als parking gebruiken – in pakweg Dinant is zoiets ondenkbaar, zijn we een aantal keer moeten schuilen voor een stortbui, hebben we de weg gevraagd naar boven waar een stalen kruis en een vuurtoren gebouwd is en vanwaar je alweer een mooi overzicht over de stad krijgt tot aan de volgende bergwand en ondertussen was de zon weer gaan schijnen.

Gezien het ondertussen alweer 14u was, zijn we wat eten gaan zoeken en hebben we gekozen voor pizza en iets met vidévulling in, dat we hebben opgegeten terwijl we naar de auto wandelden. De GPS wilde ons steeds weer andere straatjes insturen, theoretisch de "kortste weg naar de auto", maar ook te voet ging ik dat niet riskeren en zijn we wijselijk de grote weg gevolgd tot aan de auto die er fantastic genoeg nog stond.

Van hieruit ging het naar Kanoni

Angelo Castro en Paleiokastritsa

Angelo Castro en Paleiokastritsa

2010-05-14 22:03:16

‘s Morgends hebben we buiten kunnen eten. Op het terras met zicht op zee. En terwijl we anders ons afvragen hoe de obers erin slagen te weten wie weggegaan is of wie nog een tweede keer naar het buffet is geweest, hebben we vandaag het antwoord gekregen: niet. Ofwel moet je heel erg snel terugzijn, ofwel moet je iets laten liggen. Alleszins, toen wij terug bij onze tafel kwamen, was ze al afgeruimd en opnieuw gedekt. Afin.

Vandaag stond Angelo Castro op het programma. Een fort op een berg. De GPS gaf alleen grote banen aan en dus hebben we die ook gevolgd om ons uiteindelijk vast te rijden in een lokale geïmproviseerde markt vlak bij Achilleio, het paleis van Sissi. We zijn dus moeten terugdraaien en een andere grote baan opgereden die ons zonder noemenswaardige problemen tot aan het fort bracht. Daar aangekomen bleek er niet zo erg veel parking te zijn en we hadden geluk dat er net iemand wegreed, anders had ik mijn auto op z’n Corfus moeten wegzetten. Onderweg naar boven zijn we de eerste vervelende beesten van de reis tegengekomen: irritante insecten die blijkbaar verzot zijn op wit. En uiteraard dragen we vandaag allebei wit. Eenmaal boven bleek de poort keihard gesloten te zijn. Geen idee waarom, misschien omdat het buiten het seizoen is? Afin, we zijn dan ook niet in het restaurant vlakbij iets gaan drinken, maar meteen doorgereden naar Paleiokastritsa. Grappig, onderweg kom je zo aan een verkeerslicht, maar er is helemaal geen kruispunt. Alleen een ravijn en een bergwand. Maar eenmaal je kunt doorrijden, merk je meteen de reden: het stadje is zo smal, dat je er niet met twee auto’s doorkunt, daarom wordt het verkeer op die manier geregeld.

In Paleiokastritsa is er vooral strand. En een klooster. Het strand ligt zo in een baai, best mooi om te zien. We zijn er eerst gaan eten: een broodje met frieten erbij. Da’s hier duidelijk de gewoonte. Elke dag hebben we bij ons broodje al frietjes gekregen. En wat voor frietjes: perfect goud gebakken met bruine randjes: daar kunnen de frituren in België een puntje aan zuigen! Na het eten zijn we gaan wandelen naar het klooster: ons hebben ze niet meer: je kunt de afstanden hier gemakkelijk te voet doen en ik vind dat we deze vakantie al genoeg in de auto hebben gezeten. Voor 15u zijn we bij het klooster. Jammer, want het klooster gaat pas terug open om 15u, dus we besluiten om nog even in de omgeving te gaan wandelen. Het uitzicht dat je daar hebt, is prachtig, een ideale plaats voor een huwelijksaanzoek. Zo dacht een Hollander blijkbaar net zo over en vroeg zijn vriendin prompt ten huwelijk. Het zijn dezelfde Hollanders die bij Canal d’Amour een foto van ons hebben getrokken. We hebben het koppel – dat trouwens op reis was met de ouders – even wat privacy gegeven en vervolgens ook naar het uitzicht gaan kijken.

Het was inmiddels na drie uur ‘s middags en wanneer we opnieuw bij het klooster komen, zien we dat het opengesteld is. Wij naar binnen, samen met een vijftal andere groepen van elk toch wel een twintigtal zestigplussers. Een drukte van jewelste: het stikte daar van de toeristen en te zware bloemengeuren. Het klooster heeft een bloementuin, een klein museum en een even grote souvenirshop, maar omdat we er niet konden draaien of keren en omdat er toch niet alteveel te beleven was, besloten we maar om terug te keren. En op het moment dat we het klooster weer buitenkwamen, was ik zo ongelooflijk blij dat we te voet waren! Zeker 9 bussen een handvol auto’s versperden elkaar de weg zodat geen van allemaal naar boven of naar beneden kon rijden. Wij zijn te voet langs de bussen gewandeld en op onze terugtocht naar beneden werden er nog maar toe dikke Franse en Britse toeristen met hun gidsen in airco-bussen aangevoerd. Ook hier werd het verkeer geregeld met zo’n stoplicht, alleen stond dat wat lager dan waar de chaos zich momenteel bevond. Op dat moment ben ik teruggekomen op mijn eerdere gedachten: we waren helemaal niet te vroeg aan dat klooster. We waren er net op tijd.

Beneden hebben we ons nog aan een ijsje tegoed gedaan terwijl we op de “dijk” met uitzicht op de baai zaten en zijn dan weer hotelwaarts gereden. Vroeger dan anders, wat mij de kans heeft gegeven om nog even het ijskoud met zee-water en liters chloor gevulde zwembad in te duiken – pardon, "springen", want dat eerste is niet toegestaan in water van 1,60m diep – terwijl de regen die voor morgen voorspeld was al kwam aanzetten en ons van het zwembad weg verjoeg. De regen en de koude zorgde er meteen ook voor dat we deze keer niet buiten op het balkon konden gaan eten. Maar het zicht op zee heeft ie ons gelukkig niet kunnen afnemen…


Kaart groter weergeven of de foto’s online bekijken

Liefdeskanaal

Liefdeskanaal

2010-05-13 20:39:27

Terug naar het Noord-Westen vandaag. We zijn heel vroeg vertrokken, maar gezien de trip nogal vrij lang duurde, kwamen we pas tegen de middag aan in Roda. Heel toeristisch. Te toeristisch. Met allemaal winkeltjes waar ze nep verkochten. Nep horloge’s van Dolce & Gabana voor 15 euro, nep zonnebrillen van D&C en Chanel en… voor zeven euro, nep nep alles. Het is zeer moeilijk hier iets te vinden dat niet nep is. Nu zou je kunnen denken: "Zoek dan een minder toeristisch dorpje op!" maar dat is net het probleem: ze zijn hier allemaal toeristisch. Zo kun je hier al tientallen minuten in the middle of nowhere rondrijden en in de ene of andere bocht plots een souvenirshop zien staan.

Vrij snel zijn we dan maar doorgereden naar Sidari waar het alombekende Canal d’Amour ligt. De mythe vertelt dat wanneer koppels met hun tweetjes gezellig het kanaal(tje) overzwemmen, dan zullen ze voor altijd samenblijven. In Sidari aangekomen, zijn we eerst gaan eten – het was al na de middag. Via het strand hebben we een taverne uitgezocht, vlak bij The Yellow Boat Company, een motorbootverhuurstand. Uiteraard hielden we daar ook een sanitaire stop, en hetgeen er zo vreemd is: er stond een bordje met de tekst "do not drop paper in the toilet seat". Zo vreemd! Blijkbaar zijn de rioleringen in Corfu niet voorzien op toiletpapier en zouden ze verstoppen moest iedereen het papier mee doorspoelen. Er staat dus naast elk toilet een afvalbakje…

Terwijl we daar zo zaten (op het terras, niet op het toilet) zagen we af en toe een geel motorbootje vertrekken en ik moet zeggen, dat werkt aanstekelijk. Daardoor zijn wij na het eten aan het twijfelen zijn geslagen en onder het mom van "we hebben vakantie" en "we moeten Griekenland wat steunen in deze moeilijke tijd" hebben we maar besloten om zo’n bootje te huren voor een uur. Op die manier krijg je rotsformaties en kleine grotjes te zien die door het water zijn gevormd en die je vanaf het land eigenlijk helemaal niet kunt zien. We waren dan ook heel blij dat we toch hebben doorgebeten. De terugvaart ging iets minder vlot, gezien we toen wind op kop hadden en de golven toch wat harder tegen ons bootje beukten en ons heen en weer deden schommelen.

Terug aan wal zijn we meteen naar de auto gegaan en doorgereden naar Canal d’Amour zelf – al had het een betere keuze geweest om naar het kanaal te wandelen: we waren er exact een minuut later en hebben vervolgens nog vijf minuten moeten zoeken naar een parkeerplaats… die we uiteindelijk op het strand hebben gevonden.

Wij zijn het kanaal niet gaan overzwemmen. Een paar jonge Griekse macho’s deden dat al voor ons. In feite is het best wel een mooie omgeving om te zijn, de rotsformaties zijn prachtig gevormd, maar echt rondwandelen kun je precies niet. De ene kant loopt dood op een pleintje met in het midden een haag in de vorm van een hart, de andere kant loopt dood op de zee.

We zijn dan maar doorgereden naar Peroulades waar we op een terras bovenop de rots een ijsje hebben gegeten. Ze gaven er een glas water bij, terwijl we dat niet hadden besteld. Geen idee waar dat vandaan kwam, maar we hebben het niet moeten betalen. De taverne was prachtig ingericht, de tuin geweldig mooi aangelegd en zelfs het toiletgebouw was mooi om naar te kijken. Al hing ook hier weer zo’n plaatje dat we geen toiletpapier in de pot mochten gooien…

De volgende stop was een haventje iets verderop vanwaar je bijvoorbeeld naar Albanië kunt varen, maar naar het schijnt kom je dan terecht in een nogal louche buurt en bovendien waren we dat toch ook helemaal niet van plan. Er is eigenlijk helemaal niks te zien aan die haven. Dus konden we niet veel meer doen dan langs verschillende dorpjes en kleine weggetjes de grote baan terug op te zoeken, de borden te volgen en zo veilig zonder onszelf vast te rijden tot aan het hotel te geraken…


Kaart groter weergeven of de foto’s online bekijken

Pantocrator

Pantocrator

2010-05-12 22:39:27

Het bericht van gisteren was nog niet koud of de muziek stopte. Om 23u toch. Wat er daarna gebeurd is, weet ik niet, maar Tine zei iets over snurken ofzo. Wel verbaas ik me erover dat ik toch echt goed heb geslapen in een bed dat zo hard is als een plank. En dat bedoel ik vrij letterlijk. Wat ze in die matras hebben gestoken, het lijken net twee triplexplaten waartussen ze wat spons hebben gestoken. Keihard.

Klaarmaken ging nog niet zo vlot, waardoor we met een beetje vertraging aankwamen bij de ontbijttafel. Buffet en eenvoudig. Na het ontbijt naar de auto gespurt – dat wil zeggen: voorzichtig, de auto staat namelijk 40 meter lager dan waar het hotel ligt – en koers gezet naar een eerste bezienswaardigheid. De Pantocrator berg, meteen ook het hoogste punt van Corfu waarop dus één of ander televisie- en/of radiostation zijn mast heeft neergeplant. Tussen hier en ginder zijn we een aantal keer gestopt, gepland en ongepland, om van het uitzicht te kunnen genieten. Want weet goed: als foreign driver moet je hier supergoed op de weg letten. "Weg", dat is hier meestal iets dat tussen een bergwand en een ravijn ligt en ongeveer 1,4 auto breed is. Erg leuk wanneer je tegenligger een dertigtonner is. En hier en daar hebben ze een paar huisjes neergeplant. Mooi en authentiek, je ziet meteen de gelijkenissen tussen Haïti in zijn huidige staat of één of andere Indische sloppenwijk. Een eerste geplande tussenstop is Kassiopi waardoor we konden vaststellen dat er behalve ons hotel toch nog beschaving was in Corfu. We konden er zelfs inkopen gaan doen tegen een prikje en een hapje eten ‘s middags, om vervolgens even naar de burcht te klimmen die er daar wat hoger geruïneerd bijligt. Maar gezien er niet veel meer te zien was dan vier muren, een paar verroeste vaten en een olijfboomgaard, zijn we vrij snel terug naar beneden geklommen en onze tocht naar Mount Pantocrator verdergezet.

Die tocht verliep stijl omhoog en in eerste of tweede versnelling en eindigde in wegenwerken. Wat ze precies deden, is me niet duidelijk. Men had een kabelgoot in de weg geboord, daar een oranje net in gelegd en ik dacht dat er ook nog een kabel in zou horen, maar blijkbaar gooiden ze dat nadien gewoon terug vol beton. Hoe dan ook, Tine had gelezen dat je daar toch niet verder naar omhoog mocht en blijkbaar kreeg ze gelijk. Een verkeersbord verbood ons verder door te gaan en wat hoger zag je duidelijk waarom: de weg was zo smal dat er net een Fiat Panda (het gebutste type dat je hier redelijk veel ziet) over kon. Een tegenligger zou fataal zijn. We zijn bijgevolg ook te voet verder geklommen. Een half uurtje klimmen en dat was dan nog lang omdat we regelmatig zijn gestopt voor foto’s en uitzichten.

Bovenop het hoogste punt van het eiland blijkt dat ze naast een televisie/radio-mast ook nog zowat zestig andere antennes hebben geplaatst. De grootste mast staat pal in het binnenplein van een kloostertje, waar blijkbaar zelfs een pastoor aanwezig is tijdens de zomer. De man gebaarde ons dat we binnen mochten komen op het domein, maar echt binnen in het kerkje zijn we niet geweest, gezien het meer leek op de woonst van mijnheer pastoor. Hier zie je een groot stuk van het eiland, maar ook van de eilanden rondom. Of het vaste land dat zo dichtbij ligt, dat zelfs Mobistar nu denkt dat ik in Albanië ben geweest en ze nog meegegaan is ook. Uiteraard hebben we ons daar hoog op die berg een ijsje en milk-shake gegund om daarna terug huiswaarts te rijden.

Altijd heb ik gedacht: eender waar je belandt, je GPS brengt je terug naar huis. Dat geldt echter niet in Corfu. Daar leidt de GPS je naar een afgelegen smal kiezelzandweggetje waar je jezelf vast rijdt en waar je vervolgens moet proberen te draaien zonder een afgrond in te rijden. Erg spannend allemaal, maar ik ben wel heel blij dat we uiteindelijk de beslissing namen om niet meer op de GPS te vertrouwen en de grote weg opnieuw op te zoeken. En vooral: de wegbewijzering volgen. Dat brengt je pas echt terug thuis…


Kaart groter weergeven of de foto’s online bekijken